Een vraag die in deze tijd veel gesteld wordt maar niet zo eenvoudig te beantwoorden is.
Toch wil ik proberen u een handvat te bieden.
Natuurlijk is er altijd sprake van een combinatie van factoren; enerzijds de harde objectieve financiële feiten en anderzijds de meer softe, en dus meer subjectieve, factoren. Voorop staat altijd de zorgplicht tegenover de ondernemer in kwestie. Daarnaast moet een goed perspectief het uitgangspunt zijn van onze kredietverlening.
De harde factoren zijn eenvoudig te benoemen. Een negatief eigen vermogen, verlieslatende exploitatie (na privé) over meerdere jaren of een negatieve cash flow. Maar ook het beëindigen van een franchise- of huurovereenkomst kan reden zijn om een krediet strakker te begeleiden. Allemaal argumenten die over het algemeen ook eenvoudig zijn te verklaren. Meer arbitrair en moeilijker uit te leggen zijn de softe factoren. Te denken valt dan aan de kwaliteit van het management, veranderende marktomstandigheden of het perspectief voor de kredietnemer. Hier ontstaat dan ook het eventuele verschil van inzicht. Het is mede de taak van de bank om rationeel te blijven en ervoor te zorgen dat er niet op emotionele gronden beslissingen worden genomen.
Gelukkig is het bij franchise een groot goed dat de franchisegever op vele punten een belangrijke bijdrage kan leveren in een mogelijke oplossing. Op financieel gebied, bij de inrichting van de winkel of door ondersteuning bij commerciële activiteiten, maar ook door bijvoorbeeld opleiding van het management. Daarom zal de bank in ieder geval een oplossingsrichting zoeken waarbij er nauw wordt samengewerkt door alle betrokken partijen: franchisenemer, franchisegever en de bank.
Andreas van den Bout Afdelingsdirecteur Formule & Franchise Arrangementen ABN AMRO Bank N.V. |